Beluister deze pagina met proReader

Standpunten

Andere tijden vragen andere maatregelen

Algemene Beschouwingen 2012-2015,

november 2011

 

Geacht college, beste collega’s,

 

Voor beoordeling van de programmabegroting van 2012 en de meerjarenraming 2013-2015  hebben we gezocht naar goede criteria. Wat D66 betreft gaat het enerzijds om financiële criteria die te maken hebben met de vraag: Komt Ubbergen de stresstest door? En anderzijds hebben we te maken met criteria betreffende de maatschappelijke rol en functie van een gemeentebestuur, Raad en College: doen we de dingen die we afgesproken hebben zo goed, maar vooral: doen we nog steeds de goede dingen nu de wereld om ons heen verandert?

Om te beginnen de zaken die het eerst gedaan moeten worden: de risico’s afdekken. Wat deze begroting betreft zien we tot onze tevredenheid dat elk programma nu voorzien is van een aanduiding van de risico’s in algemene termen; hulde. Daarmee is ten dele aan de zorgen van deze Raad tegemoet gekomen. Wij zouden hier graag ook bedragen aan gekoppeld zien, een schatting van de financiële consequenties in termen van een aanslag op de reserves/ het weerstandsvermogen. Neem bijvoorbeeld de gemeentegarantie voor hypotheken: hebben we enig zicht op de risicogevallen en wat is het landelijk gemiddelde of de gemiddelde stijging?

Lopen we de programma’s door op risico’s dan valt ons op:

Bij programma 1, maatschappelijke zaken, 5 risico’s van WWnV tot WMO waarbij de taken zijn verzwaard, de risico’s oplopen en de budgetten zijn verlaagd. Werkloosheid, uitkeringen, verlies van woning en de kosten van reïntegratieprogramma’s en het miljoenenverlies van BREED komen vanaf 2013 voor een deel ten laste van de eigen middelen van Ubbergen. Voor welk deel? Naar rato van inwoners, maar hoeveel geld is dat? Daarnaast zal het streven naar zo lang mogelijk thuis blijven wonen door ouderen de kosten van de WMO snel boven de rijksbijdrage doen stijgen.

Bij programma 2 , woon en leefomgeving, de mindere opbrengsten/ afboekingen  van de bouwgrondexploitatie. Als ook de Maartenskliniek “klaar” is droogt een belangrijke bron van gemeentelijke inkomsten op.

                Bij programma 3, openbare ruimte, geen.

Bij programma 4, burger, bestuur en veiligheid: de kosten van de brandweer.
Wat ons betreft moeten we ook over naar een regionaal beroepscorps omdat vrijwilligers nauwelijks meer te krijgen zijn en de aanrijtijden overdag een probleem worden. Dat wordt dus duurder. Wel valt er nog wat terug te verdienen door de uitrukkosten voor loos alarm te verhalen op betrokkenen, zie Gennep. Overigens liggen de kosten van dit programma,  € 295 per inwoner, ruim boven het landelijke gemiddelde van € 195.

Over de hele linie zouden we de voorzichtige schattingen graag wat pessimistischer ingevuld zien in percentages, afgezet tegen regionale af landelijke gemiddelden, of van vergelijkbare regio’s. Wat de stresstest betreft   zijn we uiteraard nieuwsgierig naar de eerste rapportage van onze “rekenkamer”.
Kijken we naar paragraaf 3.8: Weerstandsvermogen, dan zien we bij de financiële uitwerking van de stille reserves tamelijk optimistische cijfers over de marktwaarde van diverse objecten. Neem bijvoorbeeld de Ubburch: vorig jaar gewaardeerd v oor € 232.000, nu voor € 289.000; B ij mijn weten zijn er geen ingrepen in dit gebouw gedaan die een stijging van de marktwaarde rechtvaardigen, integendeel, het gaat achteruit. Bovendien lijden we op  de exploitatie  € 20.000 verlies per jaar, het beëindigen van gebruik door de HAVO nog niet meegerekend.

Kortom, wat ons betreft komen we met deze afwachtende houding en  “voorzichtige” schattingen niet door de stresstest heen, temeer daar de prognoses voor 2013-2015 stijgende tekorten laten zien. We moeten nu beginnen met herstructureren als we het volgende gemeentebestuur niet met tekorten willen opzadelen.

 

Ons tweede aandachtspunt betreft de maatschappelijke rol en functie van een gemeentebestuur: doen we de dingen die nodig zijn in de veranderende omstandigheden.

Om te beginnen: op de winkel passen. Dat doet dit college goed. En met een Raad die ook goed op de details let hoeven we ons geen zorgen te maken over het huishoudboekje. Waar we ons wel zorgen over moeten maken is de “strategische kloof”. Wat verandert er zodanig in onze omgeving en onder de inwoners dat we ongemerkt steeds harder achter de feiten aan lopen? Om welke ontwikkelingen gaat het en wat vinden we daarvan terug in deze begroting en programma’s? Ik zal er drie aangeven en nagaan of in de programma’s  en begroting hier voldoende rekening mee wordt gehouden. Dat zijn:

-          De samenstelling en opbouw van de bevolking

-          De gevolgen van het huidige Rijksoverheidsbeleid

-          Het politieke krachtenveld Provincie, regio, gemeente

1 De samenstelling en opbouw van de bevolking: wordt er recht gedaan aan de feitelijke samenstelling van de bevolking en de diversiteit aan verwachtingen m.b.t. het lokale bestuur? Welk type bestuur is daar voor nodig?
In onze perceptie hebben we in de Gemeente Ubbergen te maken met vier hoofdcategorieën:

                1.1 De lokaal gewortelden: de inwoners waarvan de familie hier al generaties  woont en geworteld is. Zij zien graag dat er gebouwd wordt voor hun kinderen en verwachten van het gemeentebestuur dat er voor hun ouders en hun eigen oude dag voldoende hulp en voorzieningen zullen zijn. Zij zijn de belangrijkste initiatiefnemers en gebruikers van het verenigingsleven en evenementen als de carnavalsoptocht en de schuttersfeesten. Een deel van deze groep woont inmiddels over de grens in Wyler of Kranenburg. Voor de jongeren is het aanbod binnen de gemeenschap niet “cool “ genoeg. Gelukkig is er nog een Nijmegen en een Groesbeek in de buurt, maar hoe kom je dan veilig thuis?

1.2 De natuurbeschermers die veelal in de 60-er jaren oude woningen opkochten en opknapten en de kern vormen van de natuur en landschapslobby. Ook zij zijn sterk geworteld maar evenzeer verbonden met boven-regionale natuur- en landschapsclubs.

                1.3 De stadsgeoriënteerden: meestal beter gesitueerden die voornamelijk in ‘t Hoog en het dorp Beek een ideale woongelegenheid zagen. Hun binding is aan de eigen woning. Soms steunen zij lokale initiatieven maar zijn vooral druk met hun werk en activiteiten elders. Zij zijn zeer mobiel. Maar hun mobiel heeft geen bereik en internet is te traag voor zakelijk verkeer of de leuke dingen voor de kids.

                1.4 Als vierde de passanten:  studenten, gastarbeiders, en andere tijdelijke inwoners die zich niet gebonden voelen aan de grond, de natuur, de historie en ook niet deelnemen aan lokale of buurtactiviteiten. Zij wonen op kamers of huren in de sociale woningbouw en zijn door hun werk of studie vooral op de stad of hun werk georiënteerd.

Naar de verhoudingen tussen deze categorieën heb ik geen onderzoek gedaan en ik waag me niet aan schattingen maar de derde categorie lijkt het sterkst te groeien met name in Beek en Ubbergen.

Wat betekent dit voor het lokale bestuur? De perceptie en verwachtingen van het bestuur zijn dito verschillend: van zorgzame overheid die lokale initiatieven ondersteunt, via een overheid die een goede gesprekspartner is voor ondernemers, tot een servicebureau voor overheidsdiensten die al of niet modern en efficiënt werken. Met name de groeiende derde categorie stelt hoge eisen aan het serviceniveau en neemt geen genoegen met een  gemoedelijk werkende overheid en een traag netwerk.

 
Twee belangrijke kanttekeningen bij deze benadering van de bevolkingsopbouw:

1 de bevolking vergrijst: en de gevolgen hiervan hebben we al bij de risico’s van de WMO benoemd.

2 De groep die belang hebben bij de gemeente en een goed bestuur is veel groter dan alleen de inwoners en betreft zowel de dagelijkse passanten voor woon-werkverkeer als de bezoekers, de recreanten. Gezien de beperkte en overwegend kleinschalige verblijfsvoorzieningen zou ik niet eens van toerisme willen spreken. De Gemeente Ubbergen is voor veel mensen uit de regio een natuurgebied, een park, en hét stadspark van Nijmegen-Oost. Van de andere grote stadsparken, Hatertse vennen en Heumensoord,  onderscheid het zich qua landschap en toegankelijkheid. Hier kan je niet alleen wandelen en fietsen maar ook gemotoriseerd toeren.

Taken voor de recreanten kunnen niet op lokaal niveau worden gerealiseerd. Gelukkig stromen de financiën voor landschapsbeheer en ander “leuke dingen”  in de polder met miljoenen per jaar toe. Maar hoe zeker zijn we hiervan en op welk niveau zitten we straks vast aan hoge onderhoudskosten voor gratis monumenten en andere landschaps- verfraaiingen?

Het beleid lijkt voornamelijk afgestemd op het versterken en ondersteunen van de eerste twee categorieën, de lokaal gewortelden en de natuurbeschermers.

 

2 De gevolgen van het huidige Rijksoverheidsbeleid: een slanke overheid die dit kabinet nastreeft betekent slechts een “haircut” voor Den Haag. De echte problemen van werkgelegenheid en sociale zekerheid worden nu op gemeentelijk niveau gelegd waar een uitbreiding van taken en lasten met tegelijk bezuinigingen onvermijdelijk tot wanprestaties of lasten verhogingen leiden.
Wij zijn van mening dat de taakverzwaring die onze gemeente, en wij niet alleen, de komende jaren moeten realiseren ver uit gaan boven het niveau waarop we als kleine gemeente risico’s kunnen dragen zowel m.b.t. taken van veiligheid en volksgezondheid, als m.b.t. sociale zekerheid. Waar de werkloosheid stijgt en huisuitzettingen toenemen daar is die last voor een gemeente met een klein budget moeilijker te dragen en de risico’s onevenredig groot. Bij het vorige onderdeel hebben we dat al aangegeven. Wat ons betreft betekent dat ook dat we voor dit soort taken moeten opschalen naar regionaal niveau. Voor een deel is dat al gebeurd maar dat moet veel radicaler. Dus niet meer investeren in eigen oplossingen en personeel maar in regionale voorzieningen met een lokaal loket. Denk bijvoorbeeld aan het Werkplein in Nijmegen. We verwachten hiervan een verlichting van de bestuurlijke lasten.

3 Het politieke krachtenveld Provincie, regio, gemeente: is Ubbergen in staat nog enige autonomie te realiseren en is dat in het belang van de inwoners?

Nemen we de consequenties uit het voorafgaande serieus dan moeten we niet langer om de hete brei heen draaien maar er werk van maken dat taken uitgevoerd gaan worden op het niveau waarop de risico’s gedragen kunnen worden en de oplossingen kosten- effectief gerealiseerd kunnen worden: op regionaal niveau dus. Wij denken dan eerder aan opschaling tot de tien gemeenten van west Maas en Waal tot Millingen dan aan drie. De MUG is zoiets als de Benelux in Europa; een gepasseerd station. En wij willen daar niet nog 2 ½ jaar op wachten. Het is niet in het belang van een groeiend deel van onze inwoners, en wij denken zelfs: niet in het belang van alle inwoners om op deze schaal verder te gaan. Met één belangrijke uitzondering: de ruimtelijke ordening en de lokale infrastructuur.  Dat is bij uitstek het terrein waarop we “baas op eigen erf” willen blijven. Onze regionale rol als “Natuurpark” willen we wel zelf realiseren met oog voor de belangen van de bewoners van dit gebied. Gasten zijn welkom maar wij bepalen en beheren ons erf.

Overigens zijn we van mening dat de tram van Nijmegen naar Kleef via Beek moet lopen.

 



print pagina Mail een vriend